(ook verschenen op de website www.HoeOnderneemIkGroen.nl)

Ook altijd gedacht dat jonge mensen een frisse kijk hebben, vrij zijn van conventies en vooroordelen en open staan voor nieuwe ideeën? Ik wel en daarom stapte ik met goede moed een middelbare school binnen om een paar gastlessen te geven over duurzaamheid.

Op de school vond voor het eerst een minor plaats over dit onderwerp en ik mocht een paar lessen invullen over de deeleconomie. Ik wist wat me te doen stond en had een les voorbereid met thema’s die dicht bij de belevingswereld van jongeren staan. Ik wist ook dat ik het hele verhaal niet over hun hoofden heen moest vertellen en had de les ingericht rondom zelfwerkzaamheid. In plaats van zelf allerlei voorbeelden van de deeleconomie uit te leggen of, nog gebruikelijker in het hedendaagse onderwijs, er een paar filmpjes van te laten zien, vroeg ik de leerlingen (5VWO) om in duo’s een aantal voorbeelden te bekijken en te vergelijken en vervolgens hun bevindingen te presenteren aan hun klasgenoten. Daarbij had ik concrete thema’s gekozen als: kleding, voedsel, vervoer, spullen en energie. Ze mochten daarbij computers gebruiken en met elkaar overleggen. Bij de brainstorm vooraf over wat deeleconomie kon inhouden, begon het eerste gepruttel al: delen riep associaties op met communisme en daar moesten deze 21e eeuwse tieners niets van hebben. Toen ik opperde dat het eerste deel van communisme ‘community’ was, misschien wel een interessant begrip, werd het enthousiasme niet meteen groter.

Tijdens het werk in het computerlokaal, liep ik rond en maakte hier en daar een praatje. De sfeer werd lacherig, de voorbeelden werden als behoorlijk raar beschouwd. Tijdens de presentaties kwam het hoge woord eruit. Deze jonge mensen waren dol op zo individueel mogelijk consumeren en vonden het helemaal niet aantrekkelijk om auto’s, huizen, kleding of spullen te moeten delen. Een jongen zei het heel treffend: “Ik wil altijd alles nieuw en als het versleten is, wil ik het weer nieuw.” Een meisje verklaarde dat haar kleding maar op een plek thuishoorde: in haar eigen kledingkast. Een broek leasen was vreemd en kleding lenen was vies. Als je je auto uitleende, zag je hem hoogstwaarschijnlijk nooit meer terug en als je eten zou delen, kon je worden vergiftigd.
Alleen een kistje streekproducten ophalen bij een afhaalpunt kon er mee door of misschien  met iemand meerijden via BlaBlaCar, als je geen gratis OV meer had.

Ik was verbluft, deze jongeren waren ouderwetser dan de meeste van mijn leeftijdgenoten en in plaats van zich te verdiepen in de alternatieven van de deeleconomie, wilden ze er zo ver mogelijk van wegblijven. Natuurlijk was ik niet gekomen om hen te overtuigen of te ‘bekeren’ maar ik had meer interesse verwacht. De deeleconomie is ten slotte niet alleen ecologisch interessant maar ook sociaal en economisch. Je kunt geld besparen of wat verdienen, je kunt nieuwe mensen ontmoeten en leuke contacten opdoen. Niet nodig voor deze jongeren die vooral bang leken dat de ‘dame van de deeleconomie’ hen hun shopplezier kwam afnemen.

Terwijl ik er wat vertwijfeld bij zat, reageerde de docent bij wie ik te gast was, enthousiast. Dit onderwerp raakte de jongeren blijkbaar echt, er kwam discussie los, meningen werden uitgewisseld, kortom, precies waar het onderwijs voor is. Hij nam het gesprek van mij over en vroeg de leerlingen wat hen zo raakte. Het bleek vooral het hoge gehalte aan vernieuwing te zijn, zoveel nieuwe dingen, dat kan nooit goed gaan.

Voor mij, altijd geïnteresseerd in maatschappelijke vernieuwing, een eye-opener. Niet iedereen houdt blijkbaar van al die nieuwigheid, een zekere distantie en wantrouwen is niet leeftijd- of opleidingsgebonden. Tegelijk kan onderwijs uitdagen en mensen verleiden om zelf op onderzoek te gaan. Volgende week geef ik nog een gastles en die gaat over zelf onderzoek doen naar duurzame initiatieven. En dan noem ik vast nog een voorbeeld uit de deeleconomie!

Marianne Dagevos
Onderzoeker, gastdocent en schrijver over sociaal ondernemen en maatschappelijke vernieuwing.