Zomaar een mailtje: ‘de allerlaatste correcties zijn verwerkt en het boek gaat vandaag naar de drukker’. Het is eind maart 2015 en dit korte bericht markeert een cyclus van precies een jaar. Eind maart 2014 overlegden uitgever, medeauteur en ik over de opzet en planning van dit boek. De eerste voorbereidingen waren getroffen maar het echte werk moest nog beginnen. Wat een project van een paar maanden zou zijn, werd uiteindelijk een jaar. Eerst het intensieve en bij tijden taaie schrijfproces, daarna de correctierondes. Tussendoor overleg en besprekingen in grote en kleinere kring. Denk niet dat je zomaar een boek geproduceerd hebt. Nu, terugkijkend op dit intensieve en interessante proces, recapituleer ik wat ik heb geleerd. Een paar lessen en tips voor wie het schrijven niet kan laten (onder andere ikzelf dus).

  1. Wees flexibel
    Natuurlijk is het goed, als je een boek wilt schrijven of een ander omvangrijk project gaat uitvoeren, om een planning te maken en deadlines af te spreken. Wij hadden dat ook gedaan. Maar de dingen lopen bijna nooit zoals vooraf gepland. In mijn geval konden de medeauteurs, door allerlei omstandigheden, niet leveren wat vooraf was afgesproken, een medeauteur kwam pas drie maanden later in beeld. Naarmate een boek vordert, merk je dat sommige onderwerpen achteraf minder belangrijk zijn dan je vooraf had bedacht en omgekeerd. Sommige thema’s die je eerst dacht niet te kunnen behandelen, komen uiteindelijk toch uit je pen rollen, voor andere heb je hulp en input van anderen nodig. Dus wees flexibel, stel de plannen bij, verschuif rustig iets in de volgorde van het boek en bewaak op die manier, gek genoeg, de eenheid en samenhang van het product.
  2. Blijf jezelf voeden
    In acht maanden werkte ik aan acht hoofdstukken en heb daarvoor heel veel boeken en artikelen gelezen en herlezen. Maar ik heb ook allerlei evenementen bezocht, ondernemers gesproken, telefonische interviews gehouden en me (nog verder) ondergedompeld in de wonderlijke wereld van sociaal ondernemen. Zo kon ik steeds putten uit overvloed (een belangrijk thema in het boek) in plaats van de inhoud bij elkaar te moeten schrapen.
  3. Wissel af
    Toen ik vier jaar geleden met de studie van sociaal ondernemen begon, was ik vooral geïnteresseerd in ondernemersverhalen en inspirerende voorbeelden. En dat boeit me nog steeds. Gaandeweg kwam ik er achter dat ook concepten, theorieën en modellen belangrijk zijn om het fenomeen goed te begrijpen. In het boek heb ik gezocht naar een goede mix. Na een theoretisch overzicht, een goed verhaal. Na een inspirerend voorbeeld, een algemeen model. Mijn streven was, steeds als de lezer een soort verzadigingspunt bereikt –nu even iets anders– dat dat dan ook komt. Bij de voorbeelden kom ik me uitleven in het vertellen van verhalen. Bij de modellen, figuren en tabellen hoop ik dat overzicht en lay-out bijdragen aan het begrip.
  4. Kies een standpunt/wereldbeeld
    In dit boek heb ik het standpunt gekozen dat ik sociaal ondernemen niet wil verheerlijken en ook niet wil neersabelen. Een beetje een neutraal dus. Ik wil de studenten een uitgebreid en helder overzicht geven wat er allemaal speelt onder de noemer van sociaal ondernemen. Mijn uitgangspunt: hoe meer opties en alternatieven, hoe beter je een leerproces en een onderneming kunt samenstellen die bij je passen. Als student, als professional maar ook als consument, stakeholder, ambassadeur en onderzoeker. Liever een thema belichten in de volle breedte en zoveel mogelijk facetten laten zien dan de rol vervullen van evangelist of cynicus. Dat wil niet zeggen dat ik geen voorstander ben van debat en discussie. Ik hoop zeker dat dit boek daarvoor aanleiding geeft en veel van de opdrachten geven daar een aanzetje voor.
  5. Een boek is pas een boek als het is opgemaakt
    Vanuit mijn ervaring als producent van communicatief materiaal wist ik dit al. Maar ook een boek als dit met in hoofdzaak tekst, is pas een boek en goed te beoordelen, als het is opgemaakt. Dan pas leest de tekst echt lekker, zie je taalfouten die je daarvoor niet zag, krijg je feeling met de indeling, de tabellen, boxen en figuren. Jammer genoeg is het niet zo fijn voor de mensen van de opmaak als je in die versie nog veel wilt veranderen (de aanpassingen kosten hen veel tijd) maar helaas voor mij geldt, ik kan niet anders. Ik krijg pas een goed overzicht en zie nog punten ter verbetering als het boek is opgemaakt. Gelukkig was de uitgeverij geduldig en gaf mij ruimte om ook aan de opmaak nog behoorlijk te sleutelen.

Nu komt de laatste fase in beeld. Het boek gaat de wereld in. Natuurlijk was dat vanaf het begin de bedoeling en de motivatie om al dit werk te doen. Maar het is ook spannend, moeilijk. Ik moet nu loslaten wat ik zolang heb gekoesterd. Teksten die maar heel weinig mensen hebben gezien, komen straks velen onder ogen. Hoe gaan ze reageren? Wat gaan ze met het boek doen? Dat zal zeker stof geven voor een volgende column. Want schrijven, dat kan ik voorlopig nog niet laten!