We moeten het over HAAR hebben. Kort voor ons vertrek liet ik mijn haar knippen. Na ongeveer twaalf jaar had ik genoeg van de hennakleuring en wilde ik mijn eigen kleur terug. Wat dat ook mocht zijn. In plaats van langzaam laten uitgroeien koos ik voor de rigoureuze aanpak en liet al het hennahaar eraf knippen. Terug naar de wortels, in mijn geval peper en zout maar wel nog iets meer peper dan zout. Van zwarte schrijfsters zoals Chimamanda Ngozi Adichie [i] en Kiley Reid [ii] leerde ik dat HAAR voor hen een groot ding is, A BIG DEAL. Ook in The Other Black Girl [iii], het boek dat ik afgelopen week las, spelen haar en haarverzorging een bijzondere rol. Veel vrouwen pijnigen zichzelf jarenlang met hete tangen en chemische middeltjes om hun haar te ‘relaxen’, een understatement voor steil maken. Wat je met je haar doet en hoe je het draagt is een statement in de gemeenschap van zwarte vrouwen: steil of gekruld, in vlechten, ingevlochten of los.  Als buitenstaander ken ik niet alle details maar nu wonen we in een wijk met veel zwarte vrouwen, veel van Jamaicaanse afkomst. En we zien hier heel veel zwarte kapsels, de een nog kunstzinniger dan de andere.

Afgelopen zaterdag deden we mee aan een georganiseerde wandeling langs de Brixton Markets, het centrum van de wijk hier ongeveer tien minuten vandaan. We hoorden over megalomane projecten van kantoren en torenflats die gelukkig niet zijn doorgegaan en van bewonerscomités die de wijkmarkten op de monumentenlijst lieten zetten zodat ze behouden bleven. De grootste overdekte markt is Brixton Village uit 1937 en bestaat uit twee rechte en vier diagonale gangen. Gerenoveerd en in 2010 opengesteld voor het publiek, 50% horeca en 50% winkels. Het is een bonte verzameling van Ethiopische, Latijns-Amerikaanse, Caribische en andere eethuisjes en kramen met vis, vlees, groenten en stoffen maar ook lp’s, boeken en woonaccessoires. Heel leuk om rond te lopen en ergens neer te strijken voor een drankje. Op de plaats van een voormalige parkeergarage is nu Brixton Pop, een containerdorp meer gericht op het jongere publiek. Allemaal heel hip en happening. Maar wat ik meest interessant vond van de wandeling is de Reliance Arcade, ooit gebouwd in de langgerekte voortuin van een woonhuis met in het midden een smalle passage en links en rechts piepkleine winkeltjes hooguit twee meter diep. En in die winkeltjes zitten heel veel haarstudio’s waar eindeloos, eindeloos gevlochten wordt. Ik heb begrepen dat een gemiddelde bos haar zes tot acht uur vlechten kost dus daar gaat je zaterdag…

Dat onze wijk bijzonder is zonder hoogbouw in het centrum viel nog eens op toen we op zondag na een hele toer door de stad even aanmeerden in Elephant and Castle, een naburige wijk in Zuid Londen. Hier staan heel veel torenflats en moderne gebouwen en je kunt je voorstellen dat hele huizenblokken en straten zijn neergehaald om dit stadsgezicht te realiseren. Lees even dit artikel over de Strata Toren, beeldbepalend voor die wijk met bovenin windturbines die blijkbaar nooit draaien.

Zondag gebruikten we om met de bus de stad van zuid naar noord te doorkruisen, in ruim anderhalf uur met één overstap bereikten we Golders Green, ooit een klein dorp met een grasveld (the green) nu aan Londen vastgegroeid door spoorverbindingen. Overal zie je dat de metropool steeds meer dorpen en wijken opslorpt door de aanleg van een trein- of metroverbinding (Upperground of Underground, noemen ze dat hier). Zo worden wonen en werken gescheiden en groeit zo’n dorp razendsnel met nieuwbouw. Golders Green kenden we van naam omdat de familie Karmi er na hun vlucht uit Palestina neerstreek en Ghada er haar jeugd doorbracht [iv]. Nu woont er een grote gemeenschap orthodoxe joden, voor de zoektocht naar het huis van Ghada hadden we te weinig aanwijzingen maar we hebben wel straatjes gezien die leken op de beschrijvingen in het boek.

Het noorden van Londen is heuvelachtig en weelderig groen, ooit stonden hier de buitenhuizen van de rijken. Hampstead Heath een uitgestrekt recreatiegebied, eigenlijk een verwaarloosd park, met (zwem)vijvers, grasvelden en bomenlanen waar de Londenaren in het weekend zichzelf, hun kinderen en hun honden uitlaten. Heerlijk om doorheen te lopen en even de drukte en herrie van de stad van je af te schudden. Op de hoogste punten heb je wel een geweldig uitzicht op de skyline. Op de terugweg reden we in het zuiden ook door heuvels, Herne Hill is de naam van een wijkje en station op 10 minuten lopen van ons huis.

Is dit nu werk of vakantie? Die vraag kwam op naar aanleiding van deze blog en ook mensen die we hier ontmoeten, vragen dat. Ja, een beetje van allebei, denk ik. Op de weekdagen werkt Ralph ’s morgens aan de eettafel en heb ik tijd om te lezen, te schrijven en een boodschapje te doen. De middagen gaan we erop uit, onze Oystercard maakt overuren: een museum, een andere wijk, een cultureel centrum, een park. We eten meestal thuis, soms halen we wat: de curry’s zijn hier populair, soms kook ik, eenvoudig maar voedzaam. Afgelopen zaterdag haalden we op een boerenmarkt lekkere kaas, olijven, brood en fruit. De meeste dagen halen we de 10.000 stappen want in een stad is alles al snel ver en verder kijken we, kijken we en proberen we al die indrukken te verwerken. Deze maand in Londen is ook een experiment: hoe is het om in een vreemde stad te wonen, om samen in een kleinere ruimte te verblijven, om de wereld binnen handbereik te hebben, al die wijken, al die culturen. Natuurlijk blijven we buitenstaanders, we observeren en we leren en van tijd tot tijd gaan we ook eens lekker ontspannen met een koffie, een biertje of een cocktail… Ook een beetje vakantie!


[i] Ik denk vooral aan het boek Americanah van Chimamanda Ngozi Adichie uit 2013. Vertaald als Amerikanah en uitgegeven door De Bezige Bij in 2016.

[ii] Van Kiley Reid las ik Zo’n leuke leeftijd, haar debuut in Nederland verschenen in 2020 bij uitgeverij Prometheus, vertaling van Such a fun age.

[iii] The Other Black Girl is het debuut van de Amerikaanse zwarte schrijfster Zakiya Dalila Harris. Het fascinerende verhaal van twee jonge zwarte vrouwen die werken bij een vooraanstaande New Yorkse uitgeverij, een wit bolwerk. Verschillende strategieën om aandacht te vragen voor je zwarte identiteit botsen met een bijzondere rol voor haarvet, als social lubricant. Een aanrader!

[iv] Zie In Search of Fatima, A Palestinian Story van Ghada Karmi uit 2002. Besproken in de reeks Diasporaliteratuur, zie www.diasporaliteratuur.nl