Van het voornemen om het de eerste dag rustig aan te doen kwam natuurlijk niets terecht. Aan het eind van ‘onze’ straat begint het Brockwell Park, een enorme groene oase met een speeltuin, sportvelden, een prachtige bloementuin en op de toppen een weergaloos uitzicht op de skyline in het midden van de stad. We liepen door dat park en hielden niet meer op met lopen. Een wandeling in de richting van Brick Lane, -ja die straat van de Bengalen en van die roman-, die ongeveer twee uur zou duren, kostte ons ruim het dubbele omdat er onderweg zoveel te zien was.

Al lopend door Londen zie je een eindeloze parade aan huizen en gebouwen maar vooral een eindeloze parade aan mensen. Van de ongeveer 9 miljoen inwoners die deze metropool telt is 55% niet wit en niet Brits en bijna 40% is niet hier geboren. Elke wijk en elk stadsdeel heeft zijn eigen gemeenschappen of zoals een zwarte agent het zegt in het boek ‘Dit is Londen’ [i]: ‘Londen is een lappendeken van getto’s. Peckham waar de Afrikanen zitten, in Whitechapel heb je de Bengalen, iets ten oosten daarvan de Pakistanen en in Brixton, de Jamaicanen.’ Nooit zag ik in één dag zoveel verschillende mensen als afgelopen zaterdag: in onze eigen buurt heel veel Jamaicanen met rastavlechten en gebreide mutsen of leren petten. Naast zwarte vrouwen met heel veel verschillende haardrachten ook vrouwen met nikaab en zwarte lange jassen, gothic stellen van onder tot boven getatoeëerd, Zuid Amerikaanse vrouwen met dansjurken en pompons in hun vlechten, vrouwen in sari’s met gouden muiltjes, stellen in uitgaanskleding waarbij de vrouw zo’n laag decolleté had dat ik dacht dat haar borsten er zo uit zouden rollen. Van de kortste topjes tot de langste rokken en alles daar tussenin. Toen we eindelijk, eindelijk Brick Lane bereikten was die straat wel versierd met een boog met Bengaalse sierletters maar het publiek bestond eigenlijk alleen maar uit toeristen en winkelend publiek die waren afgekomen op de verschillende markten die daar in het weekend plaatsvinden. De foodmarket en vintage market van Brick Lane zijn beroemd en staan in de toeristengidsen alhoewel in heel veel wijken in Londen in de weekends markten plaatsvinden: van farmers market to bric à brac. Om de hoek in Bethnal Green Road vonden we nog wel een rij winkels met felgekleurde sari’s voorzien van heel veel kant en glitterstenen waar moeders, dochters, tantes en grootmoeders zich aan vergaapten.

Op maandag merkten we het verschil tussen het weekend en door de week aan de herrie van overkomende vliegtuigen en het verkeer op straat. Ons appartement is een heerlijke pleisterplaats voor en na een excursie door deze wervelende stad. Het is een mooi gerenoveerde en smaakvol ingerichte voormalige Cornershop. Nu een benedenwoning met een klein plaatsje erachter, van alle gemakken voorzien maar natuurlijk wel heel wat compacter dan ons Culemborgse paleisje. Hier geen eigen kamers maar alle ruimtes naast elkaar en wij lekker dicht bij elkaar in de buurt. Vooralsnog vinden we het heel knus. Zodra we buiten komen, begint meteen het grote stadsleven. Brixton is een levendige wijk maar je ziet aan de straten en huizen het achterstallig onderhoud en je ziet aan de bewoners dat ze niet allemaal in welvaart leven.

Zondag hadden we ons aangemeld voor een bustoer van een galerie naar een andere om het werk van de Egyptische kunstenaar Mahmoud Khaled te bekijken. Stipt als wij zijn stapten we om 14 uur binnen bij de eerste galerie in Kilburn, in het noorden van Londen waar je veel winkels ziet met Arabische opschriften. Vooraf hadden we bericht gekregen dat de toer was volgeboekt dus we verwachtten een drukte van belang maar dat viel nogal mee of beter, tegen. Er was een handjevol mensen en we moesten ruim een uur wachten totdat het programma begon. Het werk van Khaled, een installatie over de oprichting van een Museum of the Crying Man, was indrukwekkend (kijk zeker even naar de video) maar kon ons toch geen uur boeien. Het was dat de busrit naar The Mosaic Rooms zou gaan anders waren we eerder vertrokken. De Mosaic Rooms ken ik al heel lang van naam, het is een centrum voor Arabische cultuur in een chique straat in de City of Westminster, het bestuurlijke hart van Londen. Dit centrum wordt gefinancierd door de Qattan Foundation, een Palestijnse stichting voor kunst en cultuur die we kennen uit Ramallah. Bovendien heeft de Mosaic Rooms een bookshop en die wilde ik wel eens in het echt zien. Uiteindelijk vertrok de bus en bleek nog niet de helft van de zitplaatsen bezet. Ook hier in miljoenenstad Londen hebben organisatoren last van ‘no show’, mensen die zich wel aanmelden maar niet komen opdagen.

Ik moet bekennen dat ik op zaterdag al de eerste boeken besteld en aangeschaft had. Het is altijd weer een feest als je opeens een boek ziet staan waarvoor je in Nederland veel moeite moet doen om het te bestellen. En nu kan ik hem zo meenemen en gaan lezen.

De collectie van de Mosaic Rooms viel me eerlijk gezegd tegen zeker omdat ik er veel van had verwacht. Veel bekend werk, weinig recents. De man achter de balie bekende dat er elk jaar discussies waren met de directie over hoeveel nieuwe boeken ze mochten aanschaffen. Zo druk is het blijkbaar niet in dit centrum dat er trouwens wel aan alle kanten prachtig uitziet en waar we deze maand nog wel een keer heen gaan.

Wel aangeschaft en vandaag al uitgelezen: The Stone House, het debuut van de Palestijnse schrijfster Yara Hawari [ii]. Een novelle op basis van de orale overlevering van haar vader, grootmoeder en overgrootmoeder in de periode van begin 20e eeuw tot 1967. Haar vader is afkomstig uit een familie van boeren fellahien en bedoeïenen die hun huis, hun grond en hun waardigheid verloren door de komst van de zionisten. Ze blijven wel wonen in Galilea maar moeten toezien hoe het leven dat ze kenden en liefhadden steeds verder wordt uitgewist. De novelle is geschreven in eenvoudige bewoordingen en gebaseerd op directe observaties en daardoor heel toegankelijk en invoelbaar. Als je bekend bent met het verhaal van de Palestijnen is de inhoud niet nieuw of verrassend maar de stijl is wel aantrekkelijk zeker voor mensen die niet zo houden van dikke of ingewikkelde boeken.

Op maandag stond ik oog in oog met de Steen van Rosetta (eigenlijk Al Rashid). Het is misschien wel 50 jaar geleden dat ik voor het eerst hoorde van die steen die het mogelijk maakte de hiërogliefen te ontcijferen. Op onze middelbare school was een lokaal vernoemd naar de Franse Champolion die dat voor elkaar kreeg. Ook zag ik een kleitablet in spijkerschrift met daarop het ‘vloedverhaal’. Het is misschien 30 jaar geleden dat ik kennismaakte met het Boek Gilgamesj en daarin het verhaal las over een verwoestende vloed dat verrassend veel lijkt op het bijbelverhaal van Noach en helaas nu weer zo actueel is in Pakistan. De originelen had ik nooit gezien en ook al zou je ze in Egypte of Irak verwachten, ze zijn natuurlijk in het British Museum. Een kolossaal gebouw vol ‘geroofde’ of zonder toestemming meegenomen kunst uit alle delen van de wereld. Archeologische vondsten en gebruiksvoorwerpen, veel uit het Midden-Oosten maar ook uit Afrika en Europa. Deze maand willen we een paar keer gaan om alle indrukken rustig te kunnen verwerken. En, dat is dan weer geweldig van die Britten, de musea hier zijn gratis!


[i] Dit is Londen. Leven en dood in een wereldstad is een boek geschreven door journalist Ben Judah. Hierin doet hij verslag van zijn ontmoetingen met de multiculturele inwoners van Londen veelal aan de onderkant van de samenleving maar ook de rijke bovenlaag. Nederlandse vertaling bij Atlas Contact 2017.

[ii] The Stone House, Yara Hawari – Hajar Press, 2021