Sociaal ondernemen toen en nu

Het is alweer acht jaar geleden dat ik werkte aan het studieboek over sociaal ondernemen dat later Voor een Goede Zaak [i] zou gaan heten. Het was een van de eerste boeken over dit onderwerp dus ik wilde het grondig aanpakken. Als het even kon, moest alles erin, van historische en maatschappelijke ontwikkelingen tot management, marketing en rechtspersonen, maatschappelijke kwesties en typologieën. In die tijd stond sociaal ondernemen in Nederland nog in de kinderschoenen en werd vaak verwezen naar Engeland als lichtend voorbeeld. Onder invloed van Labour’s ideeën over The Third Way was daar meer ervaringen met ondernemingen met een verdienmodel en een sociaal doel. Dus nam ik een paar voorbeelden van Engelse ondernemingen op in het boek. Een daarvan was The Arcola Theatre [ii], een wijktheater met een cultureel aanbod, community programma’s en werkervaringsplaatsen en ook nog een missie om energieneutraal te werken. Het theater werd in 2000 opgericht in de wijk Hackney in Oost-Londen en verhuisde in 2011 naar een oude verffabriek die werd herontwikkeld als culturele verzamelplaats. Bij die verhuizing waren zeker 1000 vrijwilligers betrokken, een bewijs dat het theater ingebed was in de gemeenschap. En afgelopen woensdagavond bezocht ik eindelijk zelf dit theater, culturele onderneming en pleisterplaats voor de wijk. Heel erg leuk om er nu zelf te zijn en te zien hoe ruim en een beetje ruig het theater is ingericht. We waren aanwezig bij een prachtige voorstelling The Apology [iii], geschreven door een Koreaanse toneelschrijver en gespeeld door een multiculturele cast. We zagen de impact van seksuele slavernij op de levens van Koreaanse vrouwen, de inzet van de VN-rapporteur voor de mensenrechten om de zaak van deze vrouwen aan de kaak te stellen en de arrogantie van Japanse en Amerikaanse overheden om het onderwerp te bagatelliseren en onder de mat te schuiven. De voorstelling ontroerde me vanwege de mooie mix van grote geopolitieke belangen en het leed en het verzet in persoonlijke levens.

Hackney en Eastend

Ons bezoek aan het Arcola Theatre was de afsluiting van een middag Hackney, een erg leuke wijk in het oosten van de stad. Hier rijden ook de bakfietsen van Nederlandse makelij en voel je de gemoedelijke sfeer van Utrechtse en Amsterdamse woonwijken. Veel aandacht voor design en muurschilderingen, veel groen, leuke winkels en een mix van oudere en nieuwe huizen. We kwamen langs een aantal wooncomplexen uit de 19e eeuw van de Amerikaanse bankier en filantroop George Peabody. Want Eastend was in die tijd synoniem voor sloppenwijken waar hele gezinnen in erbarmelijke omstandigheden leefden. Charles Dickens schreef erover en sommige rijke industriëlen trokken zich het lot aan van deze Oliver Twists, hun vrienden, families en buren. Peabody zocht het in fatsoenlijke huisvesting en zijn projecten in sociale woningbouw bestaan nog steeds. The Peabody Housing Association bestaat inmiddels 160 jaar en beheert 55.000 woningen in Londen. Weer zo’n voorbeeld van dat je meer ziet als je meer weet want recht achter ons Brockwell Park is ook een Peabody Estate met flats, cottages, duplexwoningen, speelplaatsen, heel veel groen en een eigen buurthuis. De stoepen daar zijn netjes betegeld en brandschoon, de kliko’s staan opgeborgen in de voortuin, dat is op veel plaatsen die wij op onderweg zagen, wel anders. En ook in Brixton zijn verschillende woonblokken van Peabody.

 

Langs de Theems

Afgelopen maandagmiddag 19-9, de nationale vrije dag, maakten we een wandeling langs de zuidkant van de Theems en zagen het staartje van de grootste en duurste veiligheidsoperatie ooit in het Verenigd Koninkrijk. Rijen bobby’s en andere agenten werden in een openlucht gaarkeuken voorzien van een warme maaltijd nadat ze uren langs de route hadden gestaan, journalisten spraken met uitzicht op de Big Ben en het Parlementsgebouw hun evaluerende praatje in dat zou worden uitgezonden in acht uur journaals over de hele wereld, mannen en vrouwen liepen rond met ingeklapte stoeltjes en opgevouwen tentjes nadat ze dagen hadden gewacht om een paar minuten onderdeel te zijn van een historische gebeurtenis. De Londen Eye stond stil, musea en attracties waren gesloten, evenals veel winkels en restaurants. Er bleef niet veel anders over dan wandelen of chillen in het park en dat werd dan ook massaal gedaan.

Heuvel in het zuiden

Onze excursies zwermen uit over de hele stad, soms doelgericht, soms laten we ons meevoeren met waar de bus ons brengt. Een van de leukste dingen van Londen vind ik om boven in de rode bus de straten en wijken langs te laten trekken. Je ziet de huizen en de winkels en de bevolking op straat steeds veranderen. Soms gaat de bus opeens de hoogte in en rijd je door een parkachtig landschap, soms buigt hij af en kom je door een groezelige winkelstraat. Zo belandden we afgelopen zaterdag per ongeluk bij het Horniman Museum, ook weer zo’n particulier initiatief van een rijke verzamelaar met een curieuze collectie. Maar wel gelegen op een van de hogere heuvels in het zuiden met een prachtig park eromheen en geweldige vergezichten. Er stonden daar strandstoelen en er was nog zo’n lekker zonnetje dat we ons met een ijsje in de hand daarin konden laten zakken om te staren naar de indrukwekkende skyline.

Het havengebied

Vandaag, maandag 25-9, maakten we er een multimodaal dagje van met eerst een ritje met de buurttrein (light rail), daarna verder in de gloednieuwe Elizabeth Line, een snelle metro naar het havengebied, hier The Royal Docks genoemd waar het nieuwe stadhuis is verrezen. Pal daarnaast is de kabelbaan, Emirates Air Line genoemd, what’s in a name, die je hoog boven de Theems laat bungelen en naar de overkant brengt. Daar stapten we weer op de Uber Boat, de waterbus, (openbaar vervoer geëxploiteerd door Uber), een grote catamaran die in hoog tempo al zigzaggend over de rivier van halte naar halte gaat en tegelijk veel bezienswaardigheden passeert. Echt een aanrader zo’n tochtje over het water. Maar goed, uiteindelijk gingen we terug naar Brixton met de vertrouwde, schommelende en boemelende bus!

Bombastische musea

Een van de uitdagingen van deze maand: veel verschillende wijken bezoeken en zo divers mogelijke indrukken opdoen. Niet als een wedstrijd: zoveel mogelijk wijken afstrepen maar als een onderdompeling in de veelzijdigheid van deze stad. Zoveel variëteit is in Nederland gewoon niet in één stad te vinden. We raakten gecharmeerd van de wijken die aandoen als dorpen met een hoofdstraat, een kerkje, een buurtbioscoop en een park maar ook van de imposante straten in chique wijken met grote villa’s en luxe winkels. Ook het bombastische van grote warenhuizen als Harrods en Selfridges of grote musea als British Museum, Natural History Museum of Victoria & Albertmuseum, heeft iets charmants, haast aandoenlijks als je ze opvat als pogingen om alles te omvatten en onder een dak te brengen. Op vrijdag bezochten we het V&A, dat enorme rood bakstenen gevaarte met zoveel afdelingen dat je er voortdurend verdwaalt. We gingen voor de tentoonstelling Africa Fashion [iv], de eerste keer dat dit museum met een bekende modecollectie ruimte had gemaakt voor uitsluitend Afrikaanse ontwerpers. Er was aandacht voor historie en identiteit maar de tentoonstelling was vooral een explosie van kleur, schoonheid en creativiteit. Zoveel prachtige ontwerpen, stoffen, modellen en haardrachten, een en al eyecandy zoals ze dat zo treffend zeggen in het Engels.

Voor de liefhebbers nog een beetje historie, deels ontleend aan de historische roman London [v] van Edward Rutherfurd. In 1851 was in Hyde Park een enorm glazen paviljoen verrezen dat onderdak bood aan de Great Exhibition, een initiatief van Albert, de Duitse man van koningin Victoria, die was aangestoken door het vooruitgangsgeloof door de verdiensten van wetenschap en techniek. Deze Exhibition werd een enorm succes en de gemeente verdiende er zoveel geld mee dat ze grond konden aankopen tussen Hyde Park en Kensington Gardens om daar een aantal reusachtige musea te bouwen. Ook die musea moesten de verdiensten van wetenschap en techniek (Museum of Science), biologie (Museum of Natural History, Darwin) en Arts & Crafts (Victoria & Albert Museum) breed uitmeten. Het glazen paviljoen werd trouwens na de tentoonstelling afgebroken en een eind buiten de stad, in het zuiden, opnieuw opgebouwd. Daar is het later door brand verwoest maar de naam is blijven bestaan: Crystal Palace is nu de naam van een wijk en een voetbalclub.

Notting Hill

Afgelopen dinsdag stond een witte wijk op het programma: Notting Hil en Holland Park. Notting Hill is vooral bekend van de gelijknamige film en van Portobello Road, die leuke straat met pastelkleurige huizen en de beroemde markt met vintage en bric a brac. Maar de wijk heeft een heel andere kant die nu grotendeels uit beeld verdwenen is. Vanaf de vijftiger jaren kwamen hier migranten uit het Caribisch gebied (hier the West Indies genoemd, what’s in a name) terecht. Deze mensen waren inwoners van het Britse Rijk maar wel zwart en ze kregen te maken met allerlei vormen van discriminatie en uitsluiting. Dit is treffend verbeeld in de vijf films van de Small Axe serie van de zwarte regisseur Steve Mc Queen [vi]. Ik heb die serie in Nederland gezien en was diep onder de indruk. Het eerste Caribische restaurant Mangrove werd in 1968 geopend in Notting Hill en werd een centrum van ontmoeting en activisme. In gelijknamige film, de eerste van de serie, is te zien hoe witte agenten deze plaats systematisch ontruimen en bezoekers en interieur in elkaar slaan. Lovers Rock, de tweede film van het vijfluik, heeft een heel andere sfeer. Je ziet hoe de Caribische bewoners in Londen een heel eigen scene ontwikkelen met reggaemuziek, dans en eigen keuken. Lovers Rock is een liefdesverhaal waar de introductie van een nieuwe, levendige cultuur gevierd wordt. De bewoners uit de West-Indies zijn nu grotendeels verdreven uit het chique, rijke Notting Hill, we telden tien Porsches in tien minuten. Ze wonen nu veelal hier in Brixton, waar de huizen goedkoper en het leven op straat levendiger en chaotischer is.

Nog wel te vinden op Westbourne Grove, ooit de straat van de Jamaicanen, is de boekhandel en uitgever [vii] Al Saqi, een boekhandel met grotendeels Arabische boeken, gestart in 1979. In een bloemlezing over Libanon, daar gekocht, vond ik een bijdrage van een van de oprichters, de Libanese Mai Ghoussoub. Zij maakt een verbinding tussen Londen en Beiroet, de stad die wij over een paar weken gaan bezoeken. Ik citeer: If I hadn’t been brought up in a city (Beirut MD) that wrote in opposite directions I wouldn’t have been able to survive and enjoy the London of today, with its multi-ethnic, fusion culture and juxtaposed realities. Beirut, with its words moving in different directions, made me sceptical, very early on, of the word ‘truth’ and of the unfortunately fashionable labels of ‘evil’ and ‘good’.

Londen en Beiroet, allebei steden waar verschillende tegengestelde realiteiten naast elkaar bestaan. Een mooie beschrijving. Al lezend in deze bloemlezing ben ik me al een beetje aan het verplaatsen van dit avontuur naar ons volgende. Heel leuk om te bedenken dat de ervaringen elkaar kunnen versterken.


[i] www.coutinho.nl/nl/voor-een-goede-zaak-9789046904565

[ii] www.arcolatheatre.com/

[iii] www.arcolatheatre.com/whats-on/the-apology-2/

[iv] www.vam.ac.uk/articles/about-the-africa-fashion-exhibition

[v] en.wikipedia.org/wiki/London_(novel
Deze vuistdikke epische roman verscheen in 1997 en werd een grote bestseller in Engeland. Het boek omvat 12 eeuwen geschiedenis aan de hand van familieverhalen.

[vi] Meer info op en.wikipedia.org/wiki/Small_Axe_(anthology)

[vii] Deze dagen ben ik een verhalenbundel aan het lezen die door hen is uitgegeven en zo werd ik aan het adres herinnerd. De bundel is van de Soedanees-Schotse schrijfster Leila Aboulela en heeft als titel Elsewhere, Home. Verhalen, je begrijpt het al, over het onuitputtelijke thema van diaspora en ergens anders je thuis maken.